Duurzaam, Duurzaam bouwen en wonen, Economische crisis, Plannen & Projecten, Stedenbouw, Weblog

Hoe ziet onze toekomst er uit?

Vergeleken met de vooroorlogse steden is de naoorlogse nieuwbouw uitermate saai, onherbergzaam, onveilig en ongezellig. Daarnaast zijn ze de oorzaak van de vele milieuproblemen, waar we momenteel mee zitten. Hoe is dat mogelijk geworden en wat kunnen we er aan doen?

Steden van het verleden.

Vóór de oorlog waren steden een gezellige menging van wonen, winkelen en werken, met een hoge kleinschalige woondichtheid, waarbij alles op loop- of fietsafstand was te bereiken. Mensen leefden in vaak hechte gemeenschappen, iedereen kon veilig over straat en kinderen konden nog buiten spelen. Door de opkomst van de auto veranderde dit stadsbeeld totaal. De straat werd gevaarlijk, kinderen konden er niet langer spelen, overal geparkeerde auto’s en veel stank en lawaai. De behaaglijkheid verdween met als gevolg de wens van velen om buiten de stad te gaan wonen, vooral als je kinderen had. Het is de start van de naoorlogse stedenbouw, die de problemen waar de oude stad mee geconfronteerd werd, moest zien te vermijden. De scheiding van wonen, winkelen en werken werd voordehandliggend, ook al omdat alles over grotere afstanden met de inmiddels verworven auto kon worden overbrugd.

De naoorlogse slaapsteden en industrieterreinen.

Deze scheiding van wonen, winkelen en werken werd in alle nieuwbouw wettelijk doorgevoerd, met als gevolg dat de nieuwe steden in stukken werden gehakt. Er kwam een gedeelte, waar je uitsluitend kon wonen, een gedeelte waar je uitsluitend kon winkelen en een gedeelte waar je uitsluitend kon werken. Het zijn de grootschalige slaapsteden en nieuwbouwwijken van na de oorlog met aparte winkelcentra en daarbuiten een bedrijven- of kantorenterrein, die we nu saai, onherbergzaam, onveilig en ongezellig noemen. De stedelijke woondichtheid werd elk jaar geringer, het gemeenschapsgevoel verdween en individualisering en criminaliteit namen toe. In deze naoorlogse steden werd het leven onmogelijk zonder auto. Voor de boodschappen was een auto onontbeerlijk, en voor het werk moesten mensen met hun auto nu dagelijks grote afstanden overbruggen, met als gevolg steeds langere files en uitbreiding van het wegennet. En toen ook de vrouwen massaal aan het werk gingen, werd minimaal twee auto’s per gezin een must.

Milieuproblemen.

De naoorlogse grootschalige nieuwbouw is niet alleen aanzienlijker minder behaaglijk en veilig, maar er ontstonden tegelijkertijd zeer ernstige milieuproblemen. De enorme toename van het transport veroorzaakte niet alleen de verrommeling van het platteland, de files, de stank en het lawaai, maar maakte ons ook afhankelijk van fossiele brandstoffen, zoals de olie. Met momenteel vele vliegtuigen en zo’n slordige miljard auto’s op de wereld is de dagelijkse CO2-uitstoot gigantisch, waardoor zelfs het klimaat verandert. We krijgen nu te maken met de zeespiegelstijging, het uitsterven van allerlei plant- en diersoorten, misoogsten als gevolg van extreme weersomstandigheden en achteruitgang van de luchtkwaliteit.

Voedselvoorziening.

Door de verloedering van de vooroorlogse steden wilde men groener wonen, als dat financieel op te brengen was. Uiteindelijk wenste iedereen die het zich kon permitteren een bungalowtje op het platteland, waardoor deze naoorlogse steden aanmerkelijk meer landbouwgrond en natuur vroegen als de oude historische steden met hun hoge dichtheid. In combinatie met de overbevolking zijn met deze verdunning van de steden dan ook grote problemen te verwachten door het snel toenemende wereldwijde gebrek aan landbouwgrond en natuur. Als op termijn de olie onbetaalbaar wordt, komt de wereldwijde voedselvoorziening zelfs in gevaar, omdat zonder olie niet alleen de landbouwproductie zal afnemen maar ook de vliegtuigen niet alle voedsel vanuit de verste plekken op de wereld meer betaalbaar bij de consument kunnen krijgen.

Steden van de toekomst.

Als landen als China, India, Brazilië enz. hun nieuwe steden net zo gaan bouwen als wij dat na de oorlog gedaan hebben, dan zijn de problemen voor onze kinderen niet meer te overzien. Willen we wereldwijde problemen voorkomen, dan zullen we moeten naar zelfredzame, kleinschalige steden (www.piramidestad.nl) met een hoge dichtheid, waar wonen, winkelen en  werken op loop- of fietsafstand kunnen plaatsvinden, zodat we onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen en tegelijkertijd veel landbouwgrond en natuur sparen. Alleen voor het weinige interlokale verkeer kan de eigen auto worden gebruikt, die in de parkeergarage op het maaiveld staat. Vanuit deze parkeergarage ga je met liften omhoog naar de woon- of werkplek. Deze steden voegen zich door hun piramidale vorm gemakkelijk in elk landschap. Megapolissen, alsmede industrie- of kantoorterreinen behoren tot het verleden. In piramidesteden of -dorpen woont iedereen zongericht in 1 (dorp) tot 10 lagen (stad) rond autovrije pleinen ter grootte van gemiddeld een voetbalveld, kan je lopend naar je werk en heeft iedereen vanuit de eigen woning vrij uitzicht op de omliggende natuur. Kinderen kunnen weer buiten spelen, en er zijn talloze ontmoetingsplekken met op loopafstand scholen, winkels, restaurants, café’s, theaters, bioscopen, ziekenhuizen, enz. enz. op de pleinen. In deze vitale steden komt de weinige nog benodigde energie uit diepe geothermie. Buiten de melk- en vleesproductie zijn met de Plantlab-methode binnen deze steden voldoende gewassen te produceren voor voedsel en kleding voor alle inwoners van zo’n stad, zodat we niet langer meer afhankelijk zijn van voedsel, dat nu vanuit de verste plekken op de wereld dagelijks met vliegtuigen moet worden aangevoerd.

Aad Breed

Vind je dit interessant? Deel het dan met je netwerk.



3 Responses to “Hoe ziet onze toekomst er uit?”

  1. On 22/04/2012 at 6:29 pm pepijn verpaalen responded with... #

    Over de toekomst gesproken; in de prijsvraag Energetic city staat de toekomstige stad centraal. Voor de prijsvraag Energetic City 2050 zijn drie teams geselecteerd voor de volgende ronde. Alliander en Gemeente Arnhem plaatsten in maart de open oproep voor multidisciplinaire ontwerpteams om een nieuw energetisch panorama voor de stad van de toekomst te ontwerpen.

    De organisatie ontving de inschrijvingen van in totaal 41 groepen ‘vooruitdenkers’. De drie geselecteerde teams zijn:

    Team ‘Maart 2051’
    Onder leiding van Camila Pinzon Cortes (www.Urbanos.nl): Pepijn Verpaalen (www.Urbanos.nl), Martijn van der Linden, Geert van der Veer (Praedium) en Serge van den Berg (HetEnergieBureau)

    Een deel van het voorstel: “In 2050 zijn duurzame energieopwekking en voedselzekerheid belangrijke schakels van een circulair zelfvoorzienend economisch systeem. Coöperatieven produceren, handelen en zorgen voor een aantal gezamenlijke diensten, zoals kinderopvang en ouderenzorg. Via ruilhandel verwisselen producten/diensten van één persoon of het coöperatief van eigenaar en het platteland neemt het voortouw in het beantwoorden van de grote vraag naar lokale voedselzekerheid en duurzame energie. Verantwoording wordt afgelegd via de jaarlijkse Ecoaangifte; de brug naar het monetaire stelsel waarvan grotere bedrijven en overheid gebruik maken.”

    Team ‘Energienetwerken als ontwikkelingsdynamiek voor nieuwe publieke ruimtes’.
    Onder leiding van David Verhoestraete (CLUSTER landschap en stedenbouw): Tom Maes, Bjorn Verhofstede, Thomas Block en Jan M. Willems.

    Een deel van het voorstel: “De reductie van het energiegebruik staat in de toekomst centraal, door energiecascadering als onderdeel van energieclustering enerzijds, alsook door het milderen van het hitte-eilandeffect anderzijds.”

    Team ‘Innergy’
    Onder leiding van Frank Marcus (Frank Marcus Architecten): Pieter Wackers, Cees Guickers, Gerben Pennings en Ewoud de Kok.

    Een deel van het voorstel: “Tot 2030 trokken mensen naar de stad omdat daar het scala van mogelijke ervaringen het grootst is. In 2050 is het technisch mogelijk om met je zintuigen/ gevoel op een andere plaats aanwezig te zijn dan waar je fysieke lichaam is. ‘Sensors’ verzorgen (bedienen) alle zintuigen, als optelsom van tijd en plaats.” In 2050 is er enkel nog hernieuwbare energie die niets kost.

    Expeditie
    De drie teams gaan deel uitmaken van de Expeditie Energetic City 2050 en werken, met een budget van 15.000 euro, hun ideeën verder uit naar een stadsontwerp voor Arnhem. Dit doen zij met begeleiding van onder andere Winy Maas, Paul de Ruiter, Thomas Rau, Anke van Hal en Marjan Minnesma. Het winnende project ontvangt een prijsbedrag van 15.000 euro.

  2. On 13/02/2014 at 8:38 am teunjoshua responded with... #

    Leuk artikel Aad!

    Ook het project ‘de piramidestad’ ziet er erg interessant uit!
    Volgens mij wordt er echter een belangrijk puntje vergeten: dat steden organisch moeten groeien. Geplande steden, zoals in ditgeval ook de piramidestad’ worden ook slaapsteden. Denk maar aan de vele utopia’s die gebouwd zijn. Ik zou graag meer over deze toekomstvisie te weten komen.. Ik zou het erg op prijs stellen als je me hierover wat zou kunnen mailen of enkele goede site’s weet: [email protected]

    Groet,
    teun