Landgoederen in Winterswijk
Op 28 mei 2010 heb ik een bijeenkomst bijgewoond in het oude gemeentehuis van Winterswijk over het gemeentelijke landgoederenbeleid en de toepassing van dit beleid op de herontwikkeling van Landgoed Kreil.
Begin 2010 is het gemeentelijke landgoederenbeleid vastgesteld. Voor wat betreft nieuwe landgoederen is het beleid stringenter dan het bestaande provinciaal beleid. Hiervoor is gekozen omdat het eigen beleid meer aansluit op de specifieke kenmerken van het Winterswijkse buitengebied. Meest in het oog springende verschil is dat er binnen de gemeente sprake moet zijn van een oppervlakte van tenminste 10 hectare (in plaats van de wettelijke 5 hectare). Ook de zoekgebieden voor nieuwe landgoederen zijn beperkte dan de door de provincie aangegeven mogelijkheden. De locaties zijn gekoppeld aan de door in het Landschapsontwikkelingsplan (LOP) opgenomen ecologische verbindingszone.
Voor nieuwe en bestaande landgoederen is een stappenplan opgenomen. Het stappenplan bevat duidelijke beslismomenten waardoor de planontwikkeling voor zowel de initiatiefnemer als de gemeente meer zekerheid biedt. Het beleid bevat geen concrete lijst met al dan niet toegestane functies op bestaande landgoederen. Er wordt een beroep gedaan op de creatieviteit en het ondernemerschap van de landgoedeigenaren. De gemeente acht echter een combinatie van wonen en werken het meest kansrijk. Qua functieverandering wordt echter wel aangehaakt bij het regionale functieveranderingsbeleid.
Tijdens de bijeenkomst is de Toekomstvisie landgoed Kreil gepresenteerd en besproken. Het landgoed is 67 hectare groot en omvat een aantal verouderde woningen, deels verhuurd en deels leegstaand. Insteek is de woningen te moderniseren en te verkopen via erfpacht. Voor dit laatste wordt gekozen om de bewoners een binding te laten houden met het landgoed. Dit laatste is dan ook de insteek van de toekomstvisie: Identiteit – Cohesie – Rendement. Het hoofdgebouw zal verbouwd worden tot (recreatie) appartementen en moet ook de ruimte gaan bieden voor een restaurant in het hoge segment. Hiervoor zijn een aantal kandidaten met er is sprake van een kip – ei situatie. De kandidaat wil eerst weten wat er kan voordat hij een plan ontwikkeld terwijl de gemeente eerst wil weten wat de kandidaat wil zodat zij het geheel kan beoordelen. Een positief in het oog springend punt in de toekomstvisie is het opnemen van nieuwe “agrarische” functie in de vorm van bosbouw gecombineerd met een duurzame verwarmingsinstallatie en een werkverschaffingsproject voor mensen met begeleiding.
Uit de eerste gemeentelijke/ambtelijke reactie bleek dat zij verrast waren met de initiatieven van de landgoedeigenaresse. Veel van de punten uit de visie past binnen het gemeentelijk beleid. Slechts de omvang van de nieuw te bouwen woning vormt een echte uitdaging naast de noodzakelijke nieuwbouw voor de bosbouwactiviteiten.
Uit de afsluitende discussieronde kwamen nog een tweetal punten naar voren vanuit landgoedeigenaren. Zo vinden zij het wrang dat de bebouwingsmogelijkheden bij nieuwe landgoederen in veel gevallen ruimer zijn dan bij de herontwikkeling van bestaande landgoederen. Daarnaast missen zij nog een mogelijkheid voor het salderen/verrekenen van bebouwingsmogelijkheden tussen verschillende landgoederen en andere objecten. Dit omdat er meerdere eigenaren zijn die meerdere landgoederen in eigendom hebben.
Al met al vond ik het een zeer leerzame bijeenkomst waar ook de eigenaresse van Landgoed Kreil voordeel van heeft gehad. Zij gaat nu in ieder geval met een psotieve verwachting de plannen indienen bij de gemeente! Persoonlijk verwacht ik dat een salderingsmethode een meerwaarde kan hebben voor gemeentes met veel landgoederen binnen de gemeente. Per saldo kan hier voor de landgoederen een beter rendement gemaakkt worden terwijl de hoeveelheid “rood” in het buitengebied per saldo kan afnemen.
Door: Hans Stam