Wro Wet ruimtelijke ordening
De Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) is op 1 juli 2008 in werking getreden ter vervanging van de oude WRO. De Wro regelt hoe ruimtelijke plannen tot stand komen en welke bestuurslaag voor welke ruimtelijke plannen verantwoordelijk is. Ook regelt de Wro de verhoudingen tussen de verschillende overheden en bestuursorganen in Nederland, zoals waterschappen, gemeenten, provincies en het Rijk. Een belangrijk onderdeel van de Wro is de digitalisering van ruimtelijke plannen.
Op deze site vindt u alle basisinformatie over deze wet. Bent u RO-professional, dan kunt u terecht op sites die meer specifieke informatie aanbieden. Zo kijkt u op de website van Infomil naar de ‘veelgestelde vragen’ en op de website van Geonovum voor meer informatie over de digitale standaarden. Ook in ieder hoofdstuk op deze site wordt u verdergeleid naar deze plekken voor meer specifieke informatie.
Op 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) inwerking getreden. Deze Wro gaat over het maken van ruimtelijke plannen. Ruimtelijke plannen regelen hoe Nederland er nu en in de toekomst uit moet zien. De Wro bepaalt hoe we deze plannen moeten maken en hoe we ze kunnen wijzigen. Het regelt daarbij de overheidstaken en de rechten en plichten van burgers, bedrijven en instellingen.
Wro
De Wet ruimtelijke ordening geldt niet alleen als wettelijk kader voor overheden, maar ook als houvast voor burgers. Als burger kunt u bijvoorbeeld bezwaren uiten bij een wijziging van een bestemmingsplan. U kunt ook een verzoek tot herziening van het bestemmingsplan indienen. Hoe dat moet, staat in de Wro. Het bestemmingsplan bepaalt wat er wel en niet gebouwd mag worden.
De oude WRO
Vanaf 1965 was de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening van kracht. Deze WRO regelde hoe ruimtelijke plannen gemaakt worden en wie daar verantwoordelijk voor is. Verschillende overheden (gemeenten, waterschappen, provincie en Rijk) hebben te maken met ruimtelijke plannen. Daarom is het goed gebruik dat de betrokken overheden met elkaar overleggen over de ruimtelijke plannen. Uiteindelijk is één overheid verantwoordelijk voor de totstandkoming van de plannen.
In de loop der tijd heeft de wet vele wijzigingen ondergaan. Daardoor werd de wet onoverzichtelijk. Bovendien was rechtsbescherming onnodig ingewikkeld en duurden besluitvormingsprocedures, met name in grote projecten, te lang. Daarom heeft de Tweede Kamer besloten om de wet geheel te herzien om de regels voor ruimtelijke ordening meer samenhang te geven.
Inhoudelijke wijzigingen
Inhoudelijk zijn er ook dingen veranderd. Ten eerste is duidelijker vastgelegd wie waarvoor verantwoordelijk is. Ruimtelijke beslissingen worden op allerlei niveaus genomen: landelijk, regionaal en lokaal. De nieuwe wet verheldert hun verhoudingen tot elkaar. Voorheen konden provincies en waterschappen bijvoorbeeld achteraf hun visie op ruimtelijke plannen geven, door goedkeuring te geven of te onthouden (provincie) of door de Watertoets te gebruiken (waterschappen). Nu moet de provincie vooraf aangeven wat haar belangen zijn.
Ten tweede handhaven gemeenten beter. Ze zien beter toe op ruimtelijke ontwikkelingen en hun bestemmingsplannen zijn actueler. Ze moeten namelijk iedere tien jaar een bestemmingsplan opnieuw herzien. Doen ze dat niet, dan kunnen ze geen kosten meer heffen voor verleende diensten. Gemeenten moeten bovendien jaarlijks verslag doen van hun ruimtelijke beleid.
Tot slot is de wet overzichtelijker, leesbaarder en dus eenvoudiger. De nieuwe Wro zorgt voor snellere en eenvoudigere procedures. Zo is de duur van de bestemmingsplanprocedure gehalveerd tot maximaal 24 weken. Ook is er een nieuwe coördinatieregeling voor bijvoorbeeld bestemmingswijzigingen en vergunningen.
Uiteraard kunt u als burger, net als een overheid ook bezwaar maken tegen ruimtelijke plannen. Dat kan door middel van een zienswijze, een reactie op een ontwerpbesluit, die bij de desbetreffende overheid ingediend kan worden. Deze zienswijze wordt op dezelfde manier behandeld als een zienswijze van bijvoorbeeld provincie of Rijk. Overheden hebben daarnaast ook nog de mogelijkheid om een reactieve aanwijzing in te dienen.
Hieronder staan de belangrijkste veranderingen met de oude WRO.
- Provincies hoeven bestemmingsplannen van gemeenten niet meer goed te keuren. Ze moeten van tevoren aangeven welke provinciale belangen gewaarborgd moet worden in de bestemmingsplannen.
- Gemeenten moeten voor hun hele grondgebied bestemmingsplannen maken. In gebieden waarin weinig gaat veranderen, kunnen gemeenten een beheersverordening maken in plaats van een bestemmingsplan. In zo’n verordening wordt de bestaande situatie vastgelegd.
- Hogere bestuurslagen moeten pro-actief handelen: ze moeten vooraf kenbaar maken wat hun belang is en met welke instrumenten zij dat willen borgen. Het Rijk of de provincie kan in uitzonderlijke gevallen nog met een reactieve aanwijzing een (deel van een) bestemmingsplan blokkeren. Ze moeten hun belang vooraf dan wel voldoende duidelijk kenbaar hebben gemaakt.
- Gemeenten, provincies en Rijk moeten een structuurvisie hebben en gemeenten moeten zorgen voor een bestemmingsplan voor hun hele grondgebied. Ook kunnen provincie en Rijk een inpassingsplan maken en daarmee de bevoegdheid van gemeenten overnemen om een bestemmingsplan te maken. Dit kan alleen als er een provinciaal of nationaal belang in het geding is. In alle andere gevallen hebben gemeenten de verantwoordelijkheid om bestemmingsplannen voor hun hele gebied te maken. Op het moment dat gemeente, provincie of Rijk een ruimtelijk plan in voorbereiding heeft, moet het daarvan een melding maken.
- De artikel 19-procedure in de oude WRO is verdwenen. Met een artikel 19-procedure kon worden afgeweken van een bestemmingsplan. Een enigszins vergelijkbaar instrument in de nieuwe Wro is het projectbesluit. Het College van B&W kan daarmee toestemming geven om een bestemmingsplan te wijzigen. Een projectbesluit moet in principe binnen één jaar worden gevolgd door een nieuw/ gewijzigd bestemmingsplan.
- Alle ruimtelijke plannen, zoals bestemmings- en inpassingsplannen en projectbesluiten moeten ook digitaal beschikbaar zijn. Op het moment dat de bestemmingsplannen op papier ter inzage liggen, moeten ook de digitale plannen beschikbaar komen. Meer informatie in Digitale plannen.
Trackbacks/Pingbacks
[...] Wet ruimtelijke ordening; [...]
[...] nieuwe Wet ruimtelijke ordening, die in juli 2008 van kracht werd, geeft gemeenten vijf jaar de tijd om al hun bestemmingsplannen [...]