Structuurvisies en Besluit ruimtelijke ordening
In hoofdstuk 2 van nieuwe Besluit ruimtelijke ordening (Bro) wordt ingegaan op de inhoud en de wijze van totstandkoming van de structuurvisie. Hierbij is rekening gehouden met de uitgangspunten van de Wro dat destructuurvisie zoveel mogelijk vorm- en procedure vrij dient te zijn.
Structuurvisies komen tot stand door middel van overleg met verschillende bestuurslagen, overheidsorganen, met de betrokken maatschappelijke organisaties en partijen. Dit is reeds decennia lang de wijze van totstandkoming van ruimtelijk beleid en het wordt dan ook niet nodig geacht dit expliciet op te nemen in het Bro.
In de nota van toelichting wordt de wens verwoord dat het nadrukkelijk gewenst is dat burgers en maatschappelijke organisaties (vroegtijdig) worden betrokken bij de totstandkoming van de structuurvisie. Hierbij wordt verwezen naar artikel 150 Gemeentewet:
- De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.
Hierbij wordt verwezen naar de inspraakverordening van de gemeente. Lid 2 van het betreffende artikel stelt dat indien in de verordening niet anders is bepaald ten aanzien van de inspraak terug wordt gevallen op afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In de gemeentelijke inspraakverordening kunnen, ten aanzien van destructuurvisie, aanvullende voorwaarden worden opgenomen. De Bro stelt dan ook geen specifieke eisen naast de al bestaande voorwaarden zoals genomen in de Gemeentewet en de Awb. Het Bro heeft echter wel in artikel 2.1 bepaald dat in de structuurvisie moet worden weergegeven op welke wijze burgeres en maatschappelijke organisaties bij de totstandkoming daarvan zijn betrokken. Dit artikel sluit aan bij de wens van vroegtijdige burgerparticipatie.
Voor structuurvisies die kaderstellend zijn voor milieu effect rapportage (m.e.r.) plichtige besluiten, of waarin ontwikkelingen zijn voorzien die mogelijke nadelige effecten voor Natura 2000-gebieden kunnen hebben, gelden nog aanvullende procedurele eisen. In die gevallen zal de besluitvormingsprocedure over de structuurvisie moeten voldoen aan de eisen die de Wet milieubeheer of Natuurbeschermingswet 1998 daaraan stelt.
De wetgever ziet de structuurvisie als het instrument om ruimtelijke samenhang tot stand te brengen en duidelijkheid te geven over hoe de raad zich voorstelt de voorgenomen ontwikkelingen te verwezenlijken. Dit betekent dat de structuurvisie:
- de hoofdlijnen van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen en de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijk beleid moet bevatten;
- globaal moet zijn om integraal de verbanden tussen de gewenste ontwikkelingen in de verschillende delen van het gebied in beeld te brengen;
- een uitvoeringsprogramma bevat;
- per 1 juli 2009 digitaal beschikbaar moet zijn. Dat betekent dat een structuurvisie digitaal moet zijn en beschikbaar moet zijn gesteld conform de eisen die de wet stelt. Begin 2008 is de ministeriele regeling Praktijkrichtlijn Gemeentelijke Structuurvisie (PRgSV2008) beschikbaar gesteld waarin de exacte eisen staan voor het digitaal maken en beschikbaar stellen van ruimtelijke plannen. Per 1 juli 2009 dient een nieuwestructuurvisie digitaal beschikbaar te zijn.