Inhoud structuurvisie

Inhoud structuurvisie

Artikel 2.1 Wro geeft weer wat de inhoud van een structuurvisie dient te zijn:

De structuurvisie bevat de hoofdlijnen van de voorgenomen ontwikkeling van dat gebied, alsmede de hoofdzaken van het door de gemeente te voeren ruimtelijke beleid. De structuurvisie gaat tevens in op de wijze waarop de raad zich voorstelt die voorgenomen ontwikkeling te doen verwezenlijken.

De materiële betekenis hiervan is dat de wetgever het wenselijk acht dat wat het overheidsorgaan in destructuurvisie vaststelt ook in hoofdlijnen wordt weergegeven hoe en wanneer het dat beleid wil (laten) uitvoeren. Afhankelijk van het onderwerp zullen de uitvoeringshandelingen concreter of abstracter worden geformuleerd. Bij deze formulering dient rekening te worden gehouden met de Wet dualisering gemeentebestuur. De Wro schrijft namelijk niet voor dat in de structuurvisie tot in detail moet worden aangegeven hoe het dagelijkse bestuur precies de aan dat bestuursorgaan toegekende bevoegdheid moet hanteren. Uitvoering is immers aan die organen toebedeeld.

De structuurvisie kan gezien worden als een strategisch beleidsdocument. De structuurvisie werkt juridisch gezien niet door richting andere overheden. Alleen het vaststellende overheidsorgaan zelf wordt door de structuurvisiegebonden. Om goed te kunnen inspelen op nieuwe (ruimtelijke) ontwikkelingen is de structuurvisie grotendeelsprocedure- en vormvrij. De Wro is beperkt in het stellen van inhoudelijke eisen en vormvereisten. Eén belangrijke eis is dat een structuurvisie een uitvoeringsparagraaf moet bevatten en digitaal uitwisselbaar dient te zijn conform de Praktijkrichtlijn Gemeentelijke Structuurvisie (PRgSV2008).

De structuurvisie heeft een interne en externe politiek-bestuurlijke bindende werking. Intern biedt zij een structureel kader voor de werk- en beleidsprocessen die het vaststellende orgaan (gemeenteraad) de mogelijkheid wordt gegeven om het uitvoerende bestuursorgaan (het college) binnen dat overheidsniveau te beoordelen. Extern is destructuurvisie een communicatief instrument en biedt het een referentiekader voor andere overheidsinstanties en burgers. Daarbij moet worden voorkomen dat tegenstrijdige, zowel horizontale als verticale, structuurvisies worden opgesteld. Indien structuurvisies van verschillende bestuurslagen met elkaar in strijd zijn, veroorzaakt dat een maatschappelijke onduidelijkheid die niet gewenst is. Strikt formeel gezien heeft dat echter geen gevolg aangezien de structuurvisie alleen beleidsvoornemen bevat. De Wro bevat dan ook geen mogelijkheid voor een hogere overheid om een onwelvallige structuurvisie van een gemeente te corrigeren. Dit verhaal ligt echter anders indien destructuurvisie wordt geconcretiseerd in een uitvoeringsbesluit (bestemmingsplan of een projectbesluit). De hogere overheid heeft dan verschillende middelen hier tegen op te treden.

Het Rijk en de provincie dienen geen gebruik meer te maken van respectievelijk de Planologische Kern Beslissing of het Streekplan maar van de structuurvisie.

Ten aanzien van de procedure van de structuurvisie geeft artikel 2.4 waarin de mogelijkheid om via een algemene maatregel van bestuur (het Besluit ruimtelijk ordening, verder Bro te noemen) regels te stellen over de voorbereiding, vormgeving en inrichting van de structuurvisie.

Comments are closed.